Dag 2 is een rit met meerdere duidelijke klimblokken en veel afwisseling. Al vroeg in de route loopt de weg omhoog richting de eerste beklimming van de dag. Deze klim brengt de groep direct op hoogte en zorgt ervoor dat de benen snel weten wat voor terrein deze week centraal staat: lange stukken klimmen, technische afdalingen en voortdurend wisselend Alpenlandschap.
Na de eerste afdaling volgt een van de zwaarste passages van de rit. De beklimming richting l’Appertaz is lang en serieus, met een stevig gemiddeld stijgingspercentage. Dit is een klim waarop het tempo niet te hard moet worden gekozen, omdat de weg lang blijft oplopen en de hoogtemeters snel aantikken. De route voert door een rustigere, bergachtige omgeving waar het verkeer vaak minder nadrukkelijk aanwezig is dan op de bekendere cols.
In het tweede deel van de rit draait de route richting de Aravis. De Col des Aravis is een bekende doorgang tussen de Aravis-massieven en biedt een klassiek Alpenbeeld: open bergweides, zicht op ruige toppen en een weg die geleidelijk naar de pas klimt. De klim is minder extreem dan sommige andere beklimmingen in de week, maar door de opeenstapeling van hoogtemeters wordt ook dit deel belangrijk.
De route sluit af met nog enkele kortere klimstukken en golvende kilometers. Daardoor is Dag 2 geen rit met één centrale klim, maar juist een opeenvolging van inspanningen. Met ongeveer 111 kilometer en ruim 3.000 hoogtemeters is dit een complete Alpenrit waarin duurvermogen en goed indelen belangrijk zijn.