DE GROTE NAMEN
Legendarische
beklimmingen
De cols waarvoor je vroeg opstaat, stil wordt aan de voet en jaren later nog precies weet waar het pijn deed.
Zes iconen.
Zestien keer serieus omhoog.
Waku Cycling 2026 kruist moderne Tourgeschiedenis en eeuwenoude bergpassen. Van het grillige betonlint van de Loze tot de groene stilte van Bisanne.
DAG 3
Col de la Loze
De jonge reus van de Tour. Het autovrije slot boven Méribel maakte in 2020 direct naam met extreem wisselende percentages en stroken boven twintig procent.
DAG 3
Col de la Madeleine
Een van de grote doorgangen tussen Tarentaise en Maurienne. Sinds 1969 is de Madeleine een vaste scherprechter in de Tour de France.
DAG 2
Col des Aravis
Een fotogenieke klassieker tussen La Clusaz en Flumet. De pas verscheen al vroeg in de Tour en combineert koersgeschiedenis met uitzicht op de Mont Blanc.
DAG 1
Semnoz
De huisberg van Annecy. In 2013 finishte de Tour hier op de voorlaatste dag, na een lange klim door het dichte bos.
DAG 6
Mont Bisanne
Een stille kracht boven Les Saisies, bekend om steile stroken en een breed panorama op het Mont Blancmassief.
DAG 5
Col de la Colombière
Tourklassieker boven Le Grand-Bornand. De open rotsarena in de finale maakt de laatste kilometers even mooi als meedogenloos.
TOUR DE FRANCE
Waar koersgeschiedenis
aan het asfalt blijft kleven
De Madeleine, Aravis, Semnoz en Colombière hebben generaties klassementsrenners getest. De Loze voegde daar in 2020 een nieuw soort spektakel aan toe: smal, autovrij en onregelmatig steil. Op deze wegen is ieder tempo persoonlijk, maar de achtergrond collectief.